Ik ben Magda, veertig jaar, geboren en getogen in Zürich. Mijn lichaam is mijn tempel en tegelijk mijn wapen. Spieren die harder en scherper zijn dan die van de meeste mannen die ik ken. Brede schouders, een diepe V-taper, armen die de mouwen van elk T-shirt laten barsten, en benen die eruitzien alsof ze uit graniet gehouwen zijn. Mijn buik is een strak sixpack, mijn billen stevig en hoog, en mijn borsten klein maar stevig, precies zoals ik ze wil. Ik train zes dagen per week, eet strikt, slaap hard en neuk harder. Zonder seks word ik onrustig, geïrriteerd, bijna agressief. Een dag zonder is al te veel. Mijn lichaam eist het, elke nacht, soms meerdere keren.
Vorige zomer ging ik alleen op vakantie naar Mallorca. Ik had behoefte aan zon, zee en een andere omgeving dan de kille Zwitserse trainingszalen. Ik huurde een klein appartement met uitzicht op de baai, dicht bij een strand waar ik ’s ochtends kon zwemmen en ’s middags kon trainen in een openluchtgym. De eerste dagen liep ik rond in korte sportbroekjes en topjes die mijn spieren accentueerden. Mensen staarden. Mannen vooral. Sommigen probeerden aan te spreken, maar de meeste werden stil zodra ze mijn handdruk voelden of zagen hoe makkelijk ik een zware kettlebell optilde.
Op de vierde avond zat ik op een terras bij de haven, een glas koud water voor me, toen een man van een jaar of vijfendertig aarzelend naar mijn tafel kwam. Hij was Nederlands, dat hoorde ik meteen aan zijn accent. Blond, iets te slank, zachte handen, en een blik die al half gezonken was toen hij begon te praten.
“Excuseer… ben jij Magda? Magda van die Instagram-video’s? De Zwitserse powerlifter?”
Ik keek hem aan. Hij kende me. Een fan. Ik knikte eenmaal. “Dat ben ik.”
Hij slikte. “Ik volg je al twee jaar. Je squats… je deadlifts… en die video waarin je een man van tachtig kilo over je schouder gooit in de gym. Ik… ik vind het indrukwekkend.”
Zijn stem trilde een beetje. Ik zag hoe zijn ogen over mijn armen gleden, over de aders die onder de huid zichtbaar waren, over de harde lijnen van mijn schouders. Hij was al half onderdanig zonder dat ik iets had gedaan. Dat interesseerde me.
“Ga zitten,” zei ik. Niet vriendelijk, niet onvriendelijk. Gewoon een bevel.
Hij ging zitten alsof ik hem toestemming had gegeven om te ademen. Hij heette Jasper. Hij was hier alleen, op vakantie na een break-up, en had me herkend vanaf de overkant van het terras. We praatten. Of beter: hij praatte, ik luisterde en stelde korte vragen. Hij vertelde over zijn kantoorbaan in Amsterdam, over hoe hij zich altijd te zwak voelde, over hoe hij mijn video’s keek wanneer hij zich ellendig voelde. Ik merkte hoe hij steeds stiller werd wanneer ik mijn arm op tafel legde en de spieren aanspande. Zijn ademhaling veranderde.
Die avond bleef hij langer dan verstandig was. Toen ik opstond om te gaan, stond hij meteen mee op. “Mag ik… je terugbrengen naar je appartement?” vroeg hij zacht.
Ik keek hem recht aan. “Alleen als je doet wat ik zeg.”
Hij knikte zo snel dat het bijna gênant was.
In mijn appartement liet ik hem binnen. De deur was nog niet dicht of ik duwde hem tegen de muur. Niet hard genoeg om pijn te doen, maar hard genoeg om hem te laten voelen wie de baas was. Mijn hand lag op zijn borst, mijn duim op zijn keel. Hij slikte, zijn ogen groot.
“Je bent een fan,” zei ik. “Dus je weet hoe sterk ik ben. Je weet ook dat ik niet zacht ben.”
“Ja,” fluisterde hij.
“Goed. Dan weet je wat er nu gaat gebeuren.”
Ik trok zijn shirt over zijn hoofd, duwde hem naar de bank en liet hem knielen. Zijn handen rustten op zijn dijen, wachtend. Ik stond voor hem, trok mijn top uit en liet hem mijn torso zien: de harde buikspieren, de diepe lijnen van mijn heupen, de stevige borsten. Hij ademde sneller. Ik pakte zijn kin, tilde zijn gezicht omhoog en kuste hem diep, dominant, mijn tong in zijn mond voordat hij überhaupt kon reageren. Hij kreunde zacht, bijna dankbaar.
Die eerste nacht was ik meedogenloos. Ik liet hem mijn benen masseren, mijn voeten kussen, mijn kont aanbidden. Wanneer hij te langzaam was, gaf ik hem een lichte tik tegen zijn wang. Niet hard, maar genoeg om hem te laten weten dat ik geen geduld had. Ik trok hem naar bed, legde hem op zijn rug en ging bovenop zitten, mijn zware, gespierde dijen aan weerszijden van zijn heupen. Ik voelde hoe hard hij al was. Ik pakte zijn polsen, duwde ze boven zijn hoofd en hield ze daar met één hand terwijl ik mezelf op hem liet zakken. Hij was niet bijzonder groot, maar hij was gehoorzaam, en dat was genoeg. Ik bewoog langzaam, dan harder, mijn billen kletsend tegen zijn buik. Elke keer dat hij probeerde omhoog te komen, duwde ik hem terug.
“Blijf liggen,” siste ik. “Jij komt wanneer ík het zeg.”
Hij knikte, ogen halfdicht van genot en onderwerping. Ik kwam eerst, hard, mijn hele lichaam spannend boven hem. Pas toen ik klaar was, liet ik hem los en gaf hem toestemming. Hij kwam binnen een paar seconden, met een stille, bijna beschaamde kreet.
Daarna sliep hij tegen mijn zij, een arm om mijn middel, alsof hij bang was dat ik zou verdwijnen. Ik sliep diep. Mijn lichaam was tevreden. Voor die nacht tenminste.
De volgende ochtend werd ik wakker met een bekende honger. Ik duwde hem op zijn rug, ging opnieuw bovenop en nam wat ik nodig had. Hij klaagde niet. Hij fluisterde alleen “alsjeblieft” en “meer” terwijl ik hem gebruikte. Na het ontbijt liepen we samen naar het strand. Ik in een strakke bikini die mijn spieren liet zien, hij in een gewone zwembroek, een half hoofd kleiner en duidelijk onder de indruk van elk spiertje dat ik aanspande.
We bleven die week bij elkaar. Elke dag. Elke nacht. Ik kon geen dag zonder. Soms twee, drie keer. ’s Ochtends in bed, ’s middags na het trainen wanneer mijn lichaam nog warm en opgeladen was, ’s avonds op de bank of tegen de keukentafel. Ik leerde hem precies hoe ik het wilde: op zijn knieën, tong eruit, handen achter zijn rug. Ik liet hem mijn voeten likken na een lange wandeling, mijn oksels kussen na het trainen, mijn kont openhouden terwijl ik hem beval dieper te gaan met zijn tong. Hij deed alles. Zonder klagen. Met een soort dankbare overgave die me steeds harder maakte.
Op de derde dag vertelde hij me dat hij verliefd was. Niet op de Instagram-versie van mij, maar op de echte. Op de manier waarop ik hem beval, op de manier waarop mijn spieren onder zijn handen voelden wanneer ik hem vasthield, op de manier waarop ik na het neuken mijn hand in zijn haar legde en hem zacht “goed zo” zei. Ik keek hem aan terwijl hij dat zei. Ik was niet gewend aan zulke woorden. Meestal bleven mannen een nacht of twee. Maar Jasper… Jasper bleef knielen, zelfs nadat hij klaar was. Hij bleef mijn handen kussen. Hij bleef vragen of hij iets voor me mocht doen.
Ik werd verliefd. Niet meteen, niet als een blikseminslag, maar langzaam, terwijl ik merkte dat ik hem miste wanneer hij even naar de winkel was, terwijl ik genoot van de manier waarop hij mijn koffie zette precies zoals ik het wilde, terwijl ik ’s nachts wakker werd en hem al voelde wachten, hard, stil, klaar.
Op de vijfde avond zat ik op het balkon, naakt op een stoel, de warme wind over mijn huid. Jasper knielde tussen mijn benen, zijn mond bezig, precies zoals ik het hem had geleerd: langzaam, diep, zonder haast. Ik hield zijn hoofd vast met beide handen, mijn vingers in zijn haar, en bewoog hem precies waar ik hem wilde. Wanneer ik voelde dat ik dichtbij was, duwde ik hem harder, liet hem bijna stikken, en kwam met een lage, grommende kreet die over het balkon rolde. Hij slikte alles, keek omhoog, en wachtte.
“Goed,” zei ik, nog hijgend. “Nu mag jij.”
Ik liet hem opstaan, duwde hem tegen de balustrade en ging voor hem knielen. Niet omdat ik dat hoefde, maar omdat ik het wilde. Ik nam hem diep in mijn mond, mijn sterke handen om zijn heupen, en trok hem dichterbij tot hij kreunde en kwam. Daarna stond ik op, kuste hem hard, en fluisterde: “Morgen weer. En de dag erna. En de dag erna.”
Hij knikte, ogen vochtig van emotie. “Ik wil bij je blijven, Magda. Niet alleen hier. Thuis ook. In Zürich. Of in Amsterdam. Waar jij maar wilt.”
Ik keek naar hem, naar zijn zachte gezicht, naar de rode afdruk van mijn handen op zijn heupen, naar de manier waarop hij nog steeds half knielde, zelfs staande. Mijn lichaam was alweer warm. De honger keerde terug, zoals altijd.
“Dan blijf je,” zei ik. “Maar je weet wat dat betekent. Ik heb elke dag nodig. Soms meer. En ik ben niet zacht.”
“Ik weet het,” antwoordde hij. “Dat is precies waarom ik blijf.”
Die nacht neukte ik hem langzaam, diep, met mijn hele gewicht op hem, mijn mond bij zijn oor. Ik vertelde hem hoe sterk ik was, hoe makkelijk ik hem kon vasthouden, hoe hij van mij was zolang ik dat wilde. Hij kwam snikkend, mijn naam herhalend, en ik kwam met hem, mijn spieren hard gespannen, mijn nagels in zijn schouders.
De rest van de vakantie was een aaneenschakeling van zon, training, en seks. Op het strand liet ik hem zonnebrandcreme over mijn rug smeren, langzaam, met respect. In de gym liet ik hem toekijken terwijl ik zware sets deed, en daarna nam ik hem mee naar de kleedkamer en gebruikte hem tegen de muur. ’s Avonds kookte hij voor me, knielde terwijl ik at, en wachtte tot ik hem toestemming gaf om zelf te eten. Elke ochtend werd ik wakker met zijn mond al tussen mijn benen, omdat hij had geleerd dat ik dat prettig vond.
Op de laatste avond stonden we samen op het balkon. De zee was zwart, de lucht vol sterren. Ik had mijn arm om zijn schouder, zwaar en beschermend. Hij leunde tegen me, klein en veilig.
“Ik hou van je,” zei hij zacht.
Ik draaide zijn gezicht naar me toe, kuste hem hard, en antwoordde: “Dan zorg je dat je elke dag klaar bent. Want ik stop niet.”
Hij glimlachte, knikte, en liet zich opnieuw op zijn knieën zakken, recht daar op het balkon, in het donker. Ik spreidde mijn benen, legde een hand in zijn haar, en liet hem beginnen. De warme wind streelde mijn huid. Mijn spieren waren tevreden, mijn lichaam stil voor even. Maar ik wist al dat de honger terug zou komen. Morgenvroeg. En de dag erna. En alle dagen daarna.
Want ik ben Magda. Veertig. Sterker dan de meeste mannen. En ik kan geen dag zonder.
